30-11-1944: De slag om Broekhuizen

Gepubliceerd op 25 maart 2026 om 15:10

In november 1944 werd het rustige dorp Broekhuizen het toneel van één van de hevigste gevechten aan de Maasfrontlijn. Wat begon als een gecoördineerde Britse aanval, veranderde al snel in een chaotische strijd van huis‑tot‑huis, waarbij iedere meter fel bevochten werd. Onder onafgebroken artillerievuur en in moeilijk terrein probeerden de soldaten van de Monmouthshires het dorp te heroveren op een vastberaden Duitse verdediging. Tanks, rookgordijnen en kleine infanteriegroepen bepaalden het straatbeeld, terwijl de nacht nieuwe risico’s met zich meebracht. Toen de laatste weerstand eindelijk brak, bleef een uitgeput bataljon achter met zware verliezen en een dorp dat nauwelijks nog overeind stond. Deze blog neemt je mee naar die dramatische uren en de enorme offers die daar werden gebracht.

De bevrijding van Broekhuizen

In de ochtend van 30 november begaven infanteristen van het 3e bataljon ban het Monmouthshire regiment, tanks van de 15/19th KRH en van de Westminster Dragoons zich vanuit Melderslo via de Homberg naar de Stokt. De Duitse militairen in het kasteel konden het gebrul van de Britse tanks horen en wisten dat de aanval op het kasteel niet lang meer op zich liet wachten. Vanaf de Swolgense Heide opende om 09.00 uur de Britse artillerie het vuur op het kasteel en het dorp. Het startsein voor de aanval was gegeven. De Duitsers waren hierop voorbereid en zochten onderkomen in de met zware balken en zandzakken verstevigde stellingen. De granaten hadden weinig effect en bezorgden de Duitsers hooguit suizende oren. De Monmouthshires maakten zich klaar voor de aanval. Tanks van B-squadron van de Westminster Dragoons begaven zich over de Meerlosebaan naar de bossen bij de Hiept, de Genenberg en de Vorster Heide. Even voor 10.00 uur bereikte de rest van de voertuigen de startlijn. De infanteristen van A- en C-compagnie stonden klaar. D-compagnie kreeg om 08.00 uur het bevel om als reserve compagnie aan te treden. Sherman “Crab” tanks van de Westminster Dragoons reden over de Looweg naar een opening in het bos aan de bosrand waar ze zich opstelden. De tanks van 15/19 KRH stonden hier al klaar om vuursteun te geven. Om 09.55 uur bestookten mortieren het kasteel met als codenaam "Swansea" en werd een rookgordijn op de oostelijke Maasoever aangelegd. De kettingen van de Flailtanks begonnen te draaien en troepen van A-compagnie namen posities in achter de tanks. De artillerie verlegde het vuur van het kasteel naar het dorp of "Cardiff" en de tanks kwamen in beweging.

Target: Swansea

De zware tanks zakten, door de hevige regenval drassig geworden grond, diep in de modder. Met grote moeite volgden de zwaar bepakte soldaten door de modder in rijen de sporen van de tanks. Deze risicovolle tactiek maakte de infanteristen kwetsbaar voor de vijand. Tanks van de 15/19th KRH zorgden voor dekking tijdens de opmars, maar bleven in de buurt van de startlijn. De Bataljonscommandant Luitenant-kolonel Stockley hield de tanks op de achtergrond, bang om meer Duits artillerievuur naar zich toe te trekken.

 Het aangelegde rookgordijn had weinig effect, zodat de Duitsers het zicht over het veld behielden. Drie Sherman “Crabs” reden naast elkaar over het veld richting het kasteel. De infanteristen volgden. Ongeveer 100 meter voorbij de startlijn explodeerden de eerste mijnen; ze waren geen enkel obstakel voor de tanks.De opmars leek volgens plan te verlopen totdat de eenheden halverwege het veld waren; toen brak de hel los. De Duitse artillerie nam de Britten hevig onder vuur. Granaten vielen overal: op het veld en bij het startpunt. Tijdens de aanval leden de Britten zwaar verlies en werd de aanvalsmacht aardig gedecimeerd. Vanuit het dorp Broekhuizen openden machinegeweren het vuur. De troepen konden geen kant op en chaos volgde. Bij het startpunt werd beschutting gezocht tegen de rondvliegende scherven en splinters en iedereen drukte zich zo dicht mogelijk tegen de grond.

Toen de Britten tot op 80 meter van het kasteel genaderd waren, keerden de tanks zich om, tot verbazing van zowel de Britse als de Duitse soldaten. De laatste meters moest de infanterie zelf zien te overbruggen. Richting het kasteel kwamen ze steeds meer in het schootsveld van de Duitsers. Plotseling werd er vanuit het kasteel moordend vuur afgegeven.

 Om 10.30 uur was het restant van A-compagnie het kasteel tot op 50 meter genaderd. Operation Swansea kwam stil te liggen. De aanvalsroute lag bezaaid met gesneuvelde en gewonde militairen. Het Duitse vuur bleef Britse slachtoffers eisen. Alle communicatie met het hoofdkwartier was verbroken doordat de seiners waren gesneuveld en de radio-uitrusting niet meer bruikbaar was.

Target: Cardiff

Terwijl de aanval op het kasteel in volle gang was, ging om 11.00 uur Operation Cardiff van start. Vanuit het zuiden zette C-compagnie de aanval in op het dorp. De intensiteit van het Duitse artilleriebombardement hadden ze sinds de slag om Normandië niet meer zo heftig meegemaakt. Britse artillerie nam Arcen onder vuur om de Duitse artillerie het zwijgen op te leggen. Tussen Arcen en Broekhuizen werd een rookgordijn aangelegd.

 Drie Sherman “Crabs” begaven zich vanaf de startlijn naar de weg Lottum-Broekhuizen. 40 meter voor de weg zwenkten ze naar links richting Broekhuizen. De soldaten van C-compagnie volgden de tanks door de diepe sporen in de drassige grond. Tanks van C-eskadron van 15/19 KRH gingen mee om vuursteun te verlenen. Op dezelfde manier waarop A-compagnie eerder het kasteel benaderde, gingen de infanteristen van C-compagnie op het dorp af. Zodra de Britten vanuit Arcen door de Duitsers werden waargenomen, kregen ze artillerievuur over zich heen en vielen er slachtoffers.

De Duitsers in het dorp hadden zich rustig gehouden. De Britten kwamen steeds verder in hun schootsveld. Toen de Britten tot op 100 meter van het dorp verwijderd waren, brak de hel los. Pogingen om op te rukken naar het dorp werden genadeloos afgeslagen. De aanval van C-compagnie kwam stil te liggen en de aanvallers konden niet meer doen dan op hulp wachten.

Grip op het kasteel

Stockley gaf opdracht met twee mijnenveger tanks banen vrij te maken vanaf het kapelletje op de Stokt naar het kasteel. Wallace riep de twee tanks op die zojuist teruggekeerd waren. De commandant van D-compagnie nam contact op met het hoofdkwartier. Hij kreeg te horen dat een peloton van D-compagnie via het westen het kasteel moest zien te bereiken. Gevolgd door 30 infanteristen baanden de tanks zich een weg via een zandpad richting het kasteel. Het zware artillerievuur dwong de soldaten dekking te zoeken onder en achter de tanks. De andere tank  bereikte nagenoeg het kasteel, maar moest vroegtijdig stoppen omdat omgevallen bomen de weg versperden.

 Door het gebrek aan communicatie tussen de troepen in het veld en het hoofdkwartier was de staf niet op de hoogte van de gebeurtenissen. Tegen 11.30 uur besloot Stockley zelf een kijkje te nemen bij het kasteel. Dit was een merkwaardig besluit in de ogen van de andere officieren. In plaats van reservetroepen ter versterking op te roepen, stond Stockley erop om zelf te gaan. Stockley klom in een tank om mee te liften. De tank scheurde door de sporen van zijn voorgangers en na een korte maar heftige rit kwamen ze bij het kasteel aan. Voor het eerst zag Stockley met eigen ogen de slachting die plaatsgevonden had. Hij klom uit de tank en liep zonder dekking naar de mannen in de loopgraaf. Iedereen schreeuwde hem toe dat hij dekking moest zoeken. Het was gevaarlijk en niet mogelijk het kasteel in te nemen. Stockley keek enige tijd kalm om zich heen en zei: “They haven’t got me yet, have they!” Hij trok het pistool uit zijn holster: “Come on, attack once more!” en leidde een stormaanval op het kasteel. De soldaten waren onder de indruk van zijn leiderschap en een vijftiental soldaten volgden. Binnen enkele seconden werd de aanval genadeloos afgeslagen. Stockely sneuvelde op de brug over de gracht, de enige ingang naar het gebouw. Via de radio werd het hoofdkwartier op de hoogte gebracht dat lieutenant colonel Stockely gesneuveld was. Direct daarna werden alle eskadronscommandanten opgeroepen om vuursteun te komen verlenen. Om 13.45 uur waren de tanks tot 25 meter van het kasteel verwijderd en vuurde met al hun macht op de kasteelmuren. Het kasteel werd in puin geschoten. De Fallschirmjäger werden steeds dieper het gebouw in gedreven. Ze waren genoodzaakt zich in de kelder te verschansen terwijl granaten boven hen insloegen. De kalk kwam van het plafond terwijl de jonge soldaten discussie voerden over hun volgende stap. Een van de soldaten kon de situatie niet meer uitstaan; hij stond op en riep: “Ich wil am leben bleiben!” Hij gooide zijn uitrusting af, bond een wit stuk stof aan zijn geweer en liep naar buiten. Niemand hield de jongen tegen, maar ze besefte dat ze beter konden volgen. Rond 14.00 uur kwamen de verdedigers uit hun stelling. Het kasteel werd ingenomen en de troepen van A-compagnie namen hun verdedigende stellingen in rondom het kasteel. Brigade Commandant brigadier general John Churcher nam het bevel over.

Wanhopige pogingen

Om 14.00 uur had C-compagnie geen enkele vordering gemaakt. De machinegeweerstellingen bij de huidige woningen Lottumseweg 37 en Lottumseweg 35 moesten als eerste uitgeschakeld worden en dan doorstoten naar de laatste stelling (bij nummer 20). Een stormaanval was de enige optie. Onder hevig vijandelijk vuur bestormden ze de voorste Duitse stellingen. Enkele meters voor de stelling stortten de soldaten dodelijk gewond in elkaar. Een andere groep slaagde erin de stelling in te nemen en wist tot in de loopgraven van de Duitsers door te dringen waar ze verstrikt raakten in man-tot-man gevechten. Voor iedere hoek, stukje loopgraaf of kelder werd fel gevochten. Handgranaten werden over en weer gegooid en de loopgraven lagen vol met doden en gewonden van beide zijden. De aanval waarbij het resterende deel van C-compagnie de Duitse stelling wist binnen te dringen was geklaard, tot grote opluchting onder de militairen. Ze waren blij van het open veld af te zijn, maar het groepje was te klein en te verzwakt om de aanval voort te zetten.

De doorbraak

Tegen 14.30 uur werd D-compagnie ingezet om C-compagnie te ondersteunen. Onder het aanhoudende vijandelijke artillerievuur gingen de mannen in looppas over het veld. Ze werden ondersteund door tanks van A-eskadron van de 15/19th KRH. Ze liepen dezelfde route als hun voorgangers. Ondanks de rookgordijnen op de oostelijke Maasoever bleef de Duitse artillerie vuren. Vlak voor het kasteel sloegen de soldaten rechtsaf richting het dorp. Rond 15.00 uur bereikten de soldaten de Molenbeek, enkele tuinen en huizen ten westen van het dorp. Een rookgordijn werd aangelegd aan de Maasoever. Drie tanks reden richting het dorp en namen de Duitse posities onder vuur. In het dorp werden de Britten geconfronteerd met een netwerk van loopgraven en tunnels. Major How: “Het verdedigingssysteem van Broekhuizen was veruit de meest gecompliceerde en uitgebreide waarmee we geconfronteerd waren sinds de landingen in Normandië.

 De mannen van D-compagnie raakten verstrikt in man-tot-man gevechten. Moeizaam lukte het de Britten het ene na het andere huis in handen te krijgen. De Fallschirmjäger hadden zich opgedeeld in kleine groepjes. Om iedere meter werd fel gevochten. In groepjes van twee of drie man streden de Monmouthshires verder en werden de huizen waaruit vijandelijk vuur kwam aangevallen, vaak met hulp van tanks. Alsof de gevechten in het dorp nog niet erg genoeg waren, verlegde de Duitse artillerie het vuur naar het dorp. Het intense bombardement van de velden rondom het dorp werd naar het dorp verlegd.

Om 15.30 uur werd de westelijke sector van het dorp veilig verklaard. Veertig gevangenen werden afgevoerd langs het kasteel naar de startlijn. De gevechten waren nog in volle gang en de ambulances waren onderweg. Door de slechte, drassige bodem hadden de ziekenbroeders moeite om ter plekke te komen. Bergingsvoertuigen werden opgeroepen de ambulances uit de modder te trekken. Het evacueren van de gewonden leverde in het dorp veel problemen op. Tankbemanningen probeerden de gewonden uit de vuurlinie te halen en naar het veldhospitaal op de Vonkel te brengen. Het evacueren van de gewonden duurde tot 03.00 uur.

 Het dorp mocht grotendeels in Britse handen zijn, het gevaar was nog niet geweken. De nog aanwezige Duitsers maakten van de duisternis gebruik om hun schuilplaatsen te verlaten. Sommigen probeerden de Maas over te steken, anderen om de strijd nog voort te zetten.

De volgende dag rond 8.00 uur was de laatste Duitse weerstand was gebroken; in kleine groepjes geven de laatste verdedigers zich over.  Na de zuivering van het dorp hielden de soldaten zich bezig met het aanpassen of herstellen van oude stellingen. De dag stond in het teken van het bergen van hun gesneuvelde kameraden en rouwen om hun dood.

De veldslag had het bataljon flink uitgedund. A- en C-compagnie verloren 70% van hun manschappen en D-compagnie 20%. Er sneuvelden 27 soldaten, 3 onderofficieren en 9 officieren. De Monmouthshires hadden zoveel mannen verloren dat A- en C-compagnie niet meer inzetbaar waren. Aan Duitse zijde sneuvelden 7 soldaten en raakten er 2 vermist. Het totaal aantal Duitse krijgsgevangenen bedroeg 117.