28-11-44: de eerste aanval op het kasteel

Gepubliceerd op 13 februari 2026 om 10:14

De aanloop

In de nacht van 26 op 27 november 1944 had Major Patrick Littler Hendriks, commandant van het 9e bataljon The Cameronians, verschillende patrouilles richting Lottum gestuurd. Om 01.00 uur meldden patrouilles dat de Duitsers Lottum verlaten hadden. Om 06.30 uur gaf hij nieuwe orders aan de ondercommandanten. De drie compagnieën zouden vanuit verschillende richtingen naar Broekhuizen oprukken en stellingen rond het dorp innemen. In de late namiddag verschenen de langverwachte infanteristen op de Stokt. Behoedzaam trokken ze het buurtschap binnen en betrokken ze stellingen tot aan het Sint-Jozefkapelletje. Van daaruit observeerden ze het kasteel. Festung Broekhuizen was aan de zuidzijde en westzijde omsingeld door de Cameronians en door de Gordons aan de noordzijde.
Voor het afsluiten van de dag gaf de majoor orders door voor de volgende dag. Bij het aanbreken van de dag zouden ze het kasteel aanvallen.

Het dorp Broekhuizen en het kasteel ten westen van het dorp. 

De verdediging in het kasteel

Het kasteel werd bemand door 16 jonge en uiterst fanatieke Fallschirmjäger en diende als voorpost voor de in het dorp gelegen troepenmacht. De jongemannen waren onderdeel van Fallschirmjäger-Regiment 20 van de 7e Fallschirmjäger Division “Erdmann”. Dit groepje was tot de tanden toe bewapend. Ze waren voorzien van machinegeweren, Panzerfausten, granaten en een enorme voorraad munitie. De scherpschutters hadden hun posities ingericht met uitzicht op de weilanden rondom het kasteel. De bevelen waren duidelijk: standhouden.

Kasteel Broekhuizen gezien vanuit de aanval richting van de Cameronians

De aanval

Lieutenant Bennet, commandant van C-compagnie, nam met de uitvoerende pelotonscommandant, de Canadese lieutenant Liddell en de drie sectiecommandanten het plan door. Een teruggekeerde patrouille had een mijnenvrije doorgang ontdekt, die via een sloot naar de gracht van het kasteel leidde. Het aangewezen peloton, zo’n 32 man, maakte zich in de vroege ochtend gevechtsklaar.

 Van 07.00 uur tot 08.00 uur werd het kasteel door de artillerie onder vuur genomen. Om 08.20 uur namen de infanteristen het over. De troepen zaten tot hun middel in het ijskoude water in de sloot.

Het kasteel wekte een verlaten indruk, wat in strijd was met de verwachting van een verdedigingsbolwerk. Lieutenant Liddell gaf een deel van het peloton bevel het kasteel te bestormen; de rest bleef achter om dekkingsvuur te geven. Zodra de troepen hun dekking hadden verlaten en ze zich op het open stuk bevonden, werden ze plotseling bestookt met geweer- en granaatvuur. De Fallschirmjäger hadden iedere beweging nauwlettend kunnen volgen. De soldaten in dekking moesten aanzien hoe hun kameraden sneuvelden of gewond raakten. Ze verlieten de gracht om aan het gevecht deel te nemen, maar ondergingen hetzelfde lot. De Cameronians merkten dat de Duitse posities goed voorbereid waren en dat zij de overhand hadden. Lieutenant Liddell was genoodzaakt het peloton terug te trekken. Hij riep iedereen toe hem te volgen, maar chaos nam de situatie over. Troepen schreeuwden tegenstrijdige berichten naar elkaar, maar uiteindelijk trok iedereen zich terug. Tijdens de terugtocht eiste het Duitse artillerievuur enkele slachtoffers. Uiteindelijk waren er nog maar zeven soldaten inzetbaar. De gewonden werden naar een veldhospitaal in Horst gebracht. Drie gewonden: serjeant Stanley Matcalve en riflemen Thomas Long en William Tarren, waren achtergebleven bij het kasteel. Tarren lag hevig bloedend tegen de bosrand op hulp te wachten. Edward Delaney, een goede vriend van Tarren, raakte ernstig gewond en kwam in de gracht terecht. Niemand was in staat hem te helpen en Tarren keek machteloos toe hoe Delaney verdronk. Pas tegen het vallen van de avond konden de gewonden opgehaald worden door de Duitse hospiks. Op de binnenplaats van het kasteel kregen ze verzorging, een sigaret en verdoving tegen de pijn. Ze werden naar een Duits veldhospitaal aan de overkant van de Maas gebracht.

Die dag sneuvelden twee Duitse soldaten en zeven Britten. Tegen het vallen van de avond werden de Cameronians afgelost door het 3e bataljon van het Monmouthshire Regiment. Deze troepen bereikten rond 20.00 uur zonder tegenstand de stellingen.

9th Batalion The Cameronians (Scottish Rifles)

Naam Rang Leeftijd gesneuveld Begraven plot
R.H. Ambrose Rifleman 19 05/12/1944 Kleve 49.A.17
R. Turnbull Rifleman 31 28/11/1944 Venray VI.C.4
Ph. Russel Rifleman 18 28/11/1944 Groesbeek XII.F.13
J.C. Wheeler Rifleman 18 28/11/1944 Groesbeek XII.F.14
E. Delaney Rifleman 32 28/11/1944 Groesbeek XII.G.11
K. Davis Rifleman 24 28/11/1944 Groesbeek XII.G.12
I. Cooper Rifleman 32 28/11/1944 Groesbeek XII.G.13

Fallschirmjäger-Regiment 20

Naam Rang Leeftijd gesneuveld Begraven plot
W.Liebig Obergefreiter 20 28/11/1944 Ysselsteyn P.10.228
R. Gäbel Gefreiter 19 28/11/1944 Ysselsteyn T.6.131